DE VEREENIGDE NEDERLANDEN

Eind 1813 herkregen de Nederlanden hun zelfstandigheid. Kersvers vorst Willem wilde het in de strafrechtpleging direct over een andere boeg gooien.

“Het oogenblik is geboren, waarop wij ons nationaal bestaan hernemen; de zegenpraal der Bondgenooten heeft den hoogmoed van onzen onderdrukker vernederd, heeft zijne reuzenmagt vergruisd. Moede van het juk te torschen, waaronder men ons zoo schandelijk deed bukken, gevoelt elke Nederlander zijnen moed ontvlammen in dit plegtig oogenblik.” Zo vangt de proclamatie van 21 november 1813, houdende kennisgeving der daarstelling van een Algemeen Bestuur der Vereenigde Nederlanden, aan. 

De onderdrukker is het Frankrijk van Napoleon Bonaparte. Kort daarvoor, in oktober 1813, was hij (voorlopig) verslagen in slag bij Leipzig door een coalitie van Rusland, Pruisen, Oostenrijk en Zweden, de Bondgenooten. Er lijkt te staan dat elke rechtgeaarde Nederlander het vervolgens wel aandurfde de verslagen vijand onverschrokken tegemoet te treden. Dat klinkt niet erg heldhaftig. ‘Moed’ is hier evenwel bedoeld in de zin van, grofweg, “hartstocht”. 

Op 30 november 1813 arriveerde de latere koning Willem I in Nederland. Op 6 december 1813 dankte hij het Algemeen Bestuur voor bewezen diensten en aanvaardde hij de Soevereiniteit der Verëenigde Nederlanden. Hij nam de herinrichting van Nederland voortvarend ter hand.

Een van de eerste besluiten van de vorst betrof lijfstraffen. De Franse strafbepalingen waren in de visie van Willem “voor dit Land ongeschikt, en alzoo geheel ondoelmatig. Het was hem niet te doen om humanere straffen. De doodstraf werd bijvoorbeeld niet afgeschaft. De wijze waarop die moest worden uitgevoerd wel. Geen guillotine meer, maar de strop of het zwaard. Om er geen misverstand over te laten bestaan wat precies de bedoeling was gaf Willem daarbij nog wat praktische aanwijzingen. “ De straf met den Strop wordt de schandelijkste gehouden en uitgevoerd op het Schavot, aan Manspersonen door het ophangen aan ene Galg, en aan Vrouwspersonen, door het verworgen aan een’ Paal. De straf met het Zwaard wordt uitgeoefend door onthoofding van den veroordeelden, knielende op het Schavot, en geblinddoekt.”

Op het eerste oog lijkt het voor de veroordeelde uiteindelijk lood om oud ijzer te zijn of hem de strop of het zwaard wacht. Verder is de vraag of het, als het gaat om doelmatigheid, de efficiënte guillotine toch niet de voorkeur moet krijgen boven een beul die hannest met een zwaard. In de praktijk is het namelijk helemaal niet zo eenvoudig om de nek te doorklieven met een zwaard. U kunt het thuis proberen. Ik bedoel natuurlijk: nabootsen, simuleren. Neem een dik stuk stevig vlees – een kipfilet of een gehakbal is niet voldoende - en probeer dat met een mes en met ferme slagen door te hakken. De kans is groot dat het u niet in een keer lukt. Wat mij brengt op de logische vraag of de guillotine wellicht nog een mooie toekomst heeft in de keuken, doch dat ter zijde.

Een andere wijziging die Willem doorvoerde lijkt vooral semantisch van aard te zijn. Misdadigers zouden niet langer aan de kaak openlijk tentoon worden gesteld. Voortaan zouden ze te pronk kunnen worden gesteld op het schavot. Het is en blijft naming and shaming, ofwel facebook avant le lettre.

Sprekend over social media: de mogelijkheid om personen te brandmerken bleef. Er werd evenwel nog een schepje bovenop gedaan door de straf van geseling toe te voegen. De delinquent zou gegeseld moeten worden “met den strop om den hals, aan de galg vastgemaakt.” Een alternatief werd om de straf “van het zwaaijen met zwaard over het hoofd, uit te voeren op een schavot, met alle dezelfde toebereidselen, welke bij de onthoofding worden in acht genomen” op te leggen.

Alleen op het moment suprême verschilde de ‘zwaaistraf’ dus van een daadwerkelijke executie. Het kwam er op aan om te wuiven in plaats van te hakken. Het is een klein, maar niet geheel onbelangrijk verschil. Bij de tenuitvoerlegging van de zwaaistraf moest in de praktijk van alle dag zodoende niet alleen de veroordeelde zijn hoofd er bij houden.

Wat heeft dit alles te maken met Curacao? Niets. In 1813 zwaaiden de Britten op Curacao de scepter. Drie jaar later kwam het eiland weer onder Nederlands bestuur. Er is ook geen verband met het werk van een deurwaarder, hoewel iemand ooit ons kantoor in paniek belde en riep: “De deurwaarder wil mij executeren!” Deze persoon is zo snel mogelijk gerustgesteld.

Het is verwonderlijk welke parallellen er tussen het verleden en het heden bedacht kunnen worden. Het is wonderlijk dat het niet zo heel lang geleden de bestraffing van mensen met de nodige wreedheid gepaard ging. In beschaafde landen worden tegenwoordig geen mensen meer geëxecuteerd. Vonnissen nog wel...

bron: Staatsblad der Verëenigde Nederlanden 1813, no. 1 (daarstelling van een Algemeen Bestuur), no. 4 (aanvaarding van de Souvereiniteit) en no. 10. (lijfstraffen)