GEVAREN BIJ DE KOOP VAN EEN TWEEDEHANDS AUTO OP CURACAO

De verkoper van een tweedehands auto hoeft niet de eigenaar te zijn. Als achteraf blijkt dat de auto van de bank is, dan kunt u toch eigenaar zijn geworden. Bij een gestolen auto zal dit minder snel gebeuren.

Als deurwaarder ben ik geregeld op de weg. De laatste tijd vallen mij twee dingen op. Allereerst worden de wegen steeds slechter. Een rol zal spelen dat het recent wat meer geregend heeft. Gelet op de financiële situatie van Curacao zou ook een rol kunnen spelen dat de overheid niet aan onderhoud toekomt. Ten tweede zie ik langs de kant van de weg steeds meer auto’s te koop staan. Dit is een signaal dat de bevolking van Curacao krap bij kas zit.

Op Curacao worden veel auto’s gefinancierd door de bank. Meestal blijft de bank eigenaar van de auto totdat de lening helemaal is afgelost. Gesteld, u koopt zo’n auto en pas later blijkt die nog van de bank te zijn. Moet de auto dan terug naar de bank?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden is van belang dat elke koop juridisch uit twee delen bestaat. Het eerste deel zijn de afspraken die u met de verkoper maakt. Dit is de overeenkomst. In dit geval gaat het om een auto, maar het is mogelijk dat ik aan u de pontjesbrug of Fort Amsterdam verkoop. Dit lijkt merkwaardig. Hoe kan ik iets aan u verkopen dat niet van mij is? Dit kan, omdat het in het eerste deel alleen gaat om de afspraken die worden gemaakt. Hoe de verkoper er vervolgens voor zorgt dat de koper eigenaar wordt is een aparte vraag. Dat is het tweede deel. Volstrekt helder is dat ik u geen eigenaar van deze monumenten kan maken. Ik kan mij dus niet aan de afspraken houden. Dat is wanprestatie.

In het dagelijks leven vallen de afspraak (deel 1) en de eigendomsoverdracht (deel 2) vaak nagenoeg samen. Met de bakker spreekt u af dat u van hem een brood koopt. U betaalt en daarna draagt de bakker het brood aan u in eigendom over.

In de termijnhandel is dit anders. Dan wordt afgesproken dat de verkoper in de toekomst de koper eigenaar van bijvoorbeeld aandelen zal maken. Bij het maken van de afspraak hoeft de verkoper nog geen eigenaar van de aandelen te zijn. Hij moet er alleen voor zorgen dat hij wel over de aandelen beschikt op het moment dat de koper eigenaar moet worden.

Wat betekent dit in het geval u een auto koopt die achteraf van de bank blijkt te zijn? De afspraken met de verkoper zijn het probleem niet. Die zijn geldig. Wel is een beletsel dat de verkoper u geen eigenaar van de auto kan maken. Hij is immers zelf ook geen eigenaar.

Is het terecht dat u dus het haasje bent? U hebt de koopsom betaald. U krijgt de auto van de verkoper mee. Aan de auto zelf is niets te zien. Pas later wordt duidelijk dat de auto van de bank is. Hoe kon u dat weten? Is het dan wel juist dat u uw geld kwijt bent?

Het recht biedt voor deze situatie een oplossing. Als u bij de koop te goeder trouw was, dan wordt u beschermd. U bent toch eigenaar geworden. De bank heeft het nakijken.

Let op: u zal wel te goeder trouw moeten zijn. Het gaat dan om ‘weten’ en ‘behoren te weten’. Als u zich er van bewust was dat verkoper geen eigenaar was, dan dient u te wijken voor de bank. (weten) Dat is ook het geval als u met enig onderzoek kon achterhalen dat u niet met de eigenaar te maken had. (behoren te weten) En zelfs als onderzoek niet mogelijk was, dan nog wordt u niet beschermd als u goede reden tot twijfel had.

Het hangt van de concrete situatie af wat precies van u wordt verwacht. Met enig gezond verstand is daar meestal wel uit te komen. Bij de aankoop van een auto is bijvoorbeeld van belang van wie u koopt. Is dat officiële dealer, een particulier of een choller? De koopprijs is relevant. Als die too good to be true is, dan zal u op uw hoede moeten zijn. U zal naar de autopapieren moeten vragen. Et cetera.

In het voorbeeld ging het om een auto die van de bank is. Enigszins vergelijkbaar is de situatie waarin u een gestolen auto koopt van een particulier. De uitkomst is evenwel heel anders. U wordt dan namelijk alleen beschermd als u consument – dus geen bedrijf – bent en van een regulier bedrijf koopt. Is dat niet het geval, dan kan de eigenaar gedurende drie jaar de auto opeisen.

In het recht kan dus iets wat een detail lijkt een groot verschil maken.