maximumrente op Curacao, Aruba en Sint Maarten

Op 22 april 2020 heeft het Gemeenschappelijk van Justitie een uitspraak gedaan die voor de praktijk van groot belang is. Uit het vonnis kan worden opgemaakt dat maximaal een rente van 27 APR (Annual Percentage Rate) gerekend mag worden. Dit geldt voor consumentenkredieten die op Curacao, Aruba en Sint Maarten worden verstrekt. De regel geldt zolang de wetgever niet met een regeling komt.

Een belangrijk beginsel in ons recht is dat van de contractsvrijheid. U mag met een ander afspreken wat u wilt. Het is dus niet verboden om bijvoorbeeld een eenvoudige ballpoint te kopen voor Naf. 1.000,00. Of het verstandig is, is iets anders…..

Belangrijk is dat het om contractsvrijheid gaat. Als er sprake is van dwang, dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden dan kan de afspraak ongeldig zijn. Dit zijn de zogenaamde wilsgebreken, waar ik misschien later nog eens op in zal gaan.

Er zijn ook afspraken waarvan de maatschappij vindt dat die niet gemaakt behoren te worden. Normaal gesproken zal de wetgever dan met een regel komen. Maximumprijzen voor eerste levensbehoeften zijn een voorbeeld. Ook het minimumloon beperkt de contractsvrijheid.

Er zijn gevallen waarin een afspraak niet door de beugel kan, maar waarvoor geen wettelijk verbod is. Voor die situaties kent ons recht een open norm. Een open norm is een algemene regel die wordt bepaald aan de hand van de concrete omstandigheden. Als de regel wordt overtreden, dan is de afspraak ook ongeldig.

Het probleem met open normen is natuurlijk dat niet precies duidelijk is wat ze inhouden. Dit maakt het moeilijk om ze in de praktijk te gebruiken. Het is daarom vaak beter als de wetgever duidelijkheid creëert.

Soms blijft de wetgever ingebreke, terwijl er wel een maatschappelijk belangrijke kwestie is die geregeld moet worden. Steeds vaker komen dit soort problemen terecht op het bordje van de rechter. Die moet dan beslissen. Het lastige is dat dat eigenlijk zijn taak niet is. Heel kort door de bocht: de wetgever maakt de regels, de rechter past ze toe. Althans, zo zou het moeten zijn.

Ons gerechtshof heeft over zo’n ongeregelde issue kort geleden een uitspraak gedaan. Het gaat over de rente die kredietverleners vragen. Of vragen, het is natuurlijk een afspraak. Als degene die het geld leent niet eens is met de rente, dan moet hij de overeenkomst niet tekenen. Het begint met contractsvrijheid.

Betekent dit dan dat het niet uitmaakt welke rentepercentage wordt afgesproken? Een duidelijk verbod van de wetgever is er niet. Toch zullen de meeste mensen wel vinden dat er een grens moet worden gesteld. Een open norm biedt soelaas. Of juridisch beter gezegd: twee open normen. Afspraken die in strijd zijn met de goede zeden of de openbare orde zijn ongeldig.

Een ieder voelt wel aan in welke richting gedacht moet worden. Maar wat betekent dat in de praktijk? Als het gaat om rente is van een percentage van 1.000 % per maand wel duidelijk dat dat niet door de beugel kan. En van 5% of 10% rente per jaar zullen de meesten wel vinden dat dat aanvaardbaar is. Maar waar ligt de grens?

Het is nog wat ingewikkelder. Het gaat namelijk niet alleen om de hoogte van de rente. Het kan ook uitmaken aan wie het krediet wordt verstrekt, een consument of een bedrijf. Van belang is bovendien het risico dat de uitlener loopt. Een hypotheek is minder riskant dan een lening voor de aankoop van aandelen K.L.M. in coronatijd. Bij een hoger risico mag, denk ik, wel meer rente worden gevraagd. En daarmee zijn we er nog niet. Want wat gebeurt er als iemand een lening moet worden geweigerd, omdat het risico te groot is? Komt iemand dan in het zwarte circuit terecht? Is het voor de maatschappij niet ook van belang om mensen uit de handen van loan sharks te houden?

Het is dus nog helemaal niet zo eenvoudig om een maximaal rentepercentage te bepalen. De wetgever heeft de instrumenten om dit te doen. De wetgever kan ook een knoop doorhakken als de verschillende belangen moeilijk af te wegen zijn. De rechter kan dit eigenlijk niet. Desondanks is het hof tot een algemene regel gekomen.

Om tot een maximum rentepercentage te komen heeft het hof de hiervoor aangegeven open normen (goede zeden, openbare ode) moeten invullen. Daarvoor heeft het hof gekeken wat er wel is geregeld in het Koninkrijk, d.w.z. in Nederland en op de eilanden van de voormalige Nederlandse Antillen.

Het hof geeft aan dat de regelgevers twee doelen nastreven. Ten eerste wordt beoogd om te voorkomen dat kredietverleners exorbitante winsten kunnen maken. Ten tweede wordt geprobeerd tegen te gaan dat mensen een lening krijgen die ze niet kunnen dragen. Hoewel de percentages die worden gehanteerd uiteen lopen, is volgens het hof niettemin in elk geval duidelijk dat een rente van meer dan 27% APR niet door de beugel kan.

Het hof brengt nog wel drie belangrijke beperkingen aan. De eerste is dat deze regel alleen geldt voor Aruba, Curacao en Sint Maarten. De BES-eilanden kennen een wettelijke regeling. De tweede is dat de uitspraak alleen ziet op consumentenkredieten. De derde is dat de regel geldt tot nader order van de wetgever.

En ik zou er aan willen toevoegen: het is rechters recht. Jaren geleden meende hetzelfde hof dat de grens bij 185 per jaar moest liggen. Hij ziet het nu anders. Daar is op zichzelf niets mis mee. Opvattingen over wat hoort en niet hoort kunnen in de loop der tijd wijzigen. De echte oplossing is natuurlijk dat de wetgever iets doet….

Ik heb hiervoor geprobeerd het juridische kader en de kern van uitspraak in eenvoudig(er) woorden op te schrijven. Ik hoop daarin voldoende te zijn geslaagd. Deze benadering heeft wel het nadeel dat niet elke nuance kan worden overgebracht. Juristen bedienen zich ook wel eens te pas van jargon. En juristen dekken zich graag in met disclaimers. Bij deze.

De uitspraak zelf kunt u vinden via : http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2020:84. Informatie over wat onder APR wordt verstaan is te vinden via: https://www.centralbank.cw/legislation-guidelines/conduct-supervision/provisions .